Het zal je niet ontgaan zijn dat het WK voetbal binnenkort begint. Helaas niet ‘mijn ding’. Ik ervaar de hele WK-cultuur als een uitwas van kapitalisme en nationalisme.
Toch valt er de komende weken ook voor mij wat te genieten, want hoe serieuzer een sport genomen wordt, hoe boeiender het jargon. Gisteravond luisterde ik bijvoorbeeld naar de nabeschouwing van de verloren uitzwaaiwedstrijd tegen Algerije. Vrijwel meteen sprong het koninklijke ‘wij’ eruit, dat de bondscoach zich heeft aangemeten. Opvallend hoe vaak hij in de wij-vorm over zijn spelers spreekt. Zoals: “In de tweede helft werden we slordiger.” Of: “We gingen we vaker buiten onze posities spelen.”
Typisch. Maar wellicht probeert hij zijn jongens te beschermen tegen de harde kritiek die verliezen oproept? Als hij had gezegd, “In de tweede helft gingen ze slordiger spelen,” dan had hij zijn handen er vanaf getrokken. Maar met het koninklijke wij staat hij ook in slechtere tijden vóór zijn team. Dat is mooi.
Ook de spelers zelf kwamen aan het woord. Bijzonder vaak hadden ze het over “creëren”. Blijkbaar is foebal een sport waarin het om creaties draait. Wát er dan gecreëerd moest worden, dat werd niet concreet benoemd. Wel spraken ze allemaal over “gevaarlijke momenten”. Gaat het bij foebal dus om het creëren van gevaarlijke momenten? Missie geslaagd, zou ik zeggen: de uitzwaaiwedstrijd van gisteren stond bol van de gevaarlijke momenten. Voor onszelf dan, welteverstaan.
Maar hé, we weten toch! Een slechte generale betekent doorgaans een goede voorstelling…
