In de zomervakantie verblijven we massaal elders. In een tent, caravan, camper, recreatiewoning, hotel, noem maar op. Vroeger had je ook pensions. Ik denk dat dat vergelijkbaar was met de B&B van nu: kleinschalig, wat kamers verhuurd door een particulier. Stel dat in de jaren zestig de reality-tv al was uitgevonden, dan was Pension vol Liefde ongetwijfeld een kijkcijferkanon geweest.
Nu “pension” voor vakantiegangers gedateerd is gaan klinken, hebben we er wel de begrippen halfpension (overnachting met ontbijt en diner) en volpension (overnachting plus alle maaltijden) aan overgehouden.
Voor dieren is een pension juist nog wel heel gangbaar. In het dierenpension kunnen de schatjes rekenen op liefdevolle verzorging tot de baasjes terug zijn van het resort in Thailand. Dit gaat dus altijd om tijdelijke accommodatie. Paarden zijn hier een uitzondering op: een pensionstal is een bedrijf dat vaste huisvestiging biedt aan paarden van particulieren die er thuis geen ruimte voor hebben. Vaak inderdaad een stal (box), soms met vrije uitloop in een paddock, in het beste geval met een aantal uren weidegang per dag.
Een pensioenstal is weer wat anders, dat is een bejaardentehuis voor paarden. De Paardenkamp in Soest is daar het oudste en bekendste voorbeeld van.
