Woord van de dag: Bups

Bups. Een begrip dat een niet nader gespecificeerde groep aanduidt. Bijvoorbeeld: “We gaan vanmiddag met hele bups naar het strand”. Meestal slaat bups op mensen, maar het kan ook om goederen gaan. Bijvoorbeeld: “Kun jij die hele bups zwemspullen even in de auto laden?” Bups wordt graag begeleid door het woordje hele. Zonder hele geen bups. Dat geldt ook voor zwik, daarbij gaat het ook altijd om de hele zwik. Bups en zwik zijn synoniemen.

Een vergelijkbaar containerbegrip is boel. Bijvoorbeeld: “We laten vanmiddag de boel de boel en gaan met de hele bups naar het strand.” Misschien is boel een verbastering van boedel of inboedel. Hoe dan ook, boel is zo mogelijk nog ongespecificeerder dan bups en zwik. Want wat laat je nou eigenlijk precies, als je besluit om de boel de boel te laten? In ieder geval kun je erop rekenen dat de afwas er nog zal staan, als je met de hele bups weer bij de boel terugkomt. Tenzij iemand die hele zwik nog gauw even in de vaatwasser heeft gezet.