Woord van de dag: Groen

Groen is een begrip met een tegenstelling. Want wie wil er nou niet groen wonen? En toch doen we niets fanatieker dan onze tuinen van tegels of kunstgras voorzien. Echt groen (met struiken en zo) tref je nog wel aan als zogenaamd snippergroen. Dat zijn smalle kavels gemeentegrond die aan tuinen grenzen. Een appeltje voor de dorst: gemeenten verkopen die perceeltjes graag aan particulieren als er geld nodig is. Iedereen blij. De gemeente omdat ze niet wordt afgerekend op een begrotingstekort, de particulieren omdat ze een extra meter tuin kunnen betegelen.

Naast snippergroen heb je ook nalatigheidsgroen: wildernis die ontstaat als er te lang op onderhoud wordt bezuinigd. Meestal zijn deze percelen te groot om aan particulieren te verkopen, of in afwachting van bestemmingsplannen. Nalatigheidsgroen is iets moois. Een paradijs voor wie niet gezien wil worden, en de perfecte plek voor alles wat je niet in de vuilcontainer kwijt kunt. Verder is het een speelplaats voor katten, kinderen plukken er bramen, vogels nestelen in het opgeschoten hout, vlinders maken dankbaar gebruik van de waardplant die in de stad zo zeldzaam aan het worden is – de brandnetel. Kortom, het in stand houden van nalatigheidsgroen heeft zeker zijn voordelen.

Een groensoort van een heel andere orde is dan nog het gelegenheidsgroen. Dat is het bosje bloemen dat je meebrengt naar een verjaardag, al dan niet geplukt uit het nalatigheidsgroen bij jou om de hoek. Mooi groen is tenslotte niet lelijk.