Topfavoriet. Bij de berichtgeving over de olympische spelen valt dit woord opvallend vaak. Maar wat een rare term is het eigenlijk! Een favoriet staat immers sowieso al aan de top van de populariteitsladder. Waarom dan die toevoeging ‘top’?
Misschien zit het zo: aangezien olympische sporters standaard als nationale helden worden beschouwd, zijn ze allemaal van meet af aan favoriet (in ieder geval in hun eigen land). Maar omdat het bij de spelen nou eenmaal om winnen gaat, moet er toch iemand de allerfavorietste zijn.
Toch wringt er iets. Want in een branche waarin een honderdste seconde het keiharde verschil kan maken tussen winst of verlies: hoe wordt er aan iets ongrijpbaars als populariteit dan concreet gemeten of je een gewone favoriet bent, of wellicht toch die uitverkoren topfavoriet?
