Nu de olympische spelen weer zijn begonnen, gaat het de hele dag over winnen, winnen, winnen. Wat ik daar nog altijd niet aan begrijp, is waarom het zo állesomvattend belangrijk wordt gevonden om ergens de beste in te zijn. Geeft dat een gevoel van macht? Of onderdrukt het een diepliggende onzekerheid? Of gaat het puur om het prijzengeld?
En wat ik dan al helemáál niet begrijp, is de nationale hysterie rondom het hele spektakel. Maar misschien ligt het wel aan mij, hoor… Ik ben gewoon niet enorm competitief aangelegd. Behalve natuurlijk als het om het leukste woord gaat. Woord van de dag: Windrang
