Van de week zat ik bij de kapper. Dé plek bij uitstek om flarden smalltalk op te pikken. In de kappersstoel deelt men immers ongebreideld lief en leed (respect trouwens voor de kapsters, die altijd weer bereid zijn om met iedereen een gesprekje aan te gaan).
Soms leer je er ook nieuwe woorden. Zo ook deze keer. ‘Hoe had u het gehad willen hebben?’ vroeg een kapster aan de mevrouw naast mij. Het antwoord was: ‘Graag een boblijn, met de achterkant een beetje opgeknipt. Maar niet te hoog, niet zo’n kippenkontje’.
Zelf heb ik nog nooit een kippenkontkapsel gehad. Maar wat denk je, zal ik er toch eens om vragen?
