Woord van de dag: Dikkedakken


Een collega-schrijver maakte me attent op een woord dat ik nog nooit eerder had gehoord: Dikkedakken. Wat een heerlijk woord, die klank en dat ritme! Je zou denken dat het iets betekent als hakketakken, bakkeleien, kissebissen. Maar dan op een wat gezelliger manier, meer zoals kibbelen. Toch gaat het om wat heel anders. Dikkedakken betekent dat je met smaak zit te eten. Zoiets als schransen, smikkelen of smullen (over smullen ga ik het de volgende keer trouwens hebben). Maar ik zag er meteen twee dakdekkers bij voor me die van een frietje mayo zitten te genieten in de zon, en ondertussen zitten te dikkedakken over hoe de lekkage aan jouw dak het best te fiksen. Het dak repareren doe je immers bij voorkeur als de zon schijnt.