Gisteren heb ik iets aangeraakt dat ouder is dan aarde zelf, namelijk de enorme meteoriet die bij Sterrenwacht de Sonnenborgh in Utrecht te zien is. En ja, je mag hem ook aanraken! Dan heb je letterlijk een brok kosmische tijd onder je vingers. Erg indrukwekkend.
Dat brengt me op het woord van de dag: Jong. Soms wordt er benoemd hoe “jong” iemand is, vooral bij verjaardagen. Bijvoorbeeld: “Hoera, Ans is 50 lentes jong!” Helaas heeft dit het tegenovergestelde effect. Via de dubbele nadruk op het jong zijn, concludeer je onmiddellijk dat diegene dus wel stokoud zal zijn.
Ook valt op dat het altijd om lentes gaat. Je hoort nooit zeggen dat iemand zoveel zomers, herfsten of winters jong is geworden.
Zelf ben ik aan het eind van de winter jarig. Hoeveel lentes jong ik dan word is ingewikkeld, want de lente die nog niet is aangebroken, kan ik niet meerekenen. En de lente daarvoor is alweer bijna een heel jaar voorbij. Maar misschien moet ik dan gewoon even terugdenken aan de tijdspanne van die meteoriet. Vergeleken daarbij, is het allemaal peanuts…
