Als je naar een concert, voorstelling of ander evenement gaat, koop je daar tickets voor. Vaak doe je dat al van te voren online zodat je zeker bent van een plek. In het Nederlands heten zulke toegangsbewijzen van oudsher “kaartjes”.
Maar steeds vaker worden ze ook met “kaarten” aangeduid. Bijvoorbeeld: “De kaarten voor de wedstrijd waren binnen een half uur uitverkocht.”
Wanneer is het aloude “kaartje” in een “kaart” veranderd? Heeft dat te maken met hoe diep je ervoor in de buidel moet tasten? Noem je een ticket voor een popconcert in de Ziggo Dome eerder een “kaart” dan je toegangsbewijs voor het theatertje om de hoek?
