Naar aanleiding van de aardbeving in Marokko hoor je regelmatig in het nieuws, “De aardbeving had een kracht van zes komma acht.” Maar welke kracht dan precies, dat blijft in het midden. Blijkbaar wordt de bijbehorende eenheid als zo algemeen bekend verondersteld, dat die niet benoemd hoeft te worden.
Dat weglaten zie je wel vaker. Bijvoorbeeld: “De vrouw van 35 kreeg een boete omdat ze 80 reed waar je maar 50 mag.” Iedereen zal meteen snappen dat het om een vrouw van 35 jaar gaat, die 80 kilometer per uur reed. Het is niet nodig om die eenheden te benoemen.
Ook bij tijden werkt dat zo: “De winkel sluit om half zes”. Maar toch ook weer niet altijd, want je zegt bijvoorbeeld niet, “De winkel sluit om vijf.” Dan valt ineens wél op dat de eenheid (uur) ontbreekt. En bij temperatuur kun je zeggen, “Het kan hier ’s winters min tien worden.” Maar op een dag als vandaag zeg je niet, “Vanmiddag wordt het dertig.”
Conclusie: er zit geen eenheid in het benoemen van eenheden.
